Oude vrouw. Muziek: Wim Epskamp

Instant poëzie, betaal wat je wil

Mike Platenkamp – Instant poëzie.

Na een intake van enkele minuten, na een korte mailwisseling of een telefoongesprek schrijft Mike Platenkamp een mooi, emotioneel en beschouwelijk gedicht voor je, waarmee hij jou naast inzicht in je situatie ook mogelijke oplossingen zal aangeven. Een lofzang of hekeldicht behoort ook tot de mogelijkheden. Dit is een persoonlijk kleinnood, te weten een uniek gedicht aan jezelf of een geweldig cadeau voor een speciaal persoon van jouw keuze.

Instant poëzie, betaal wat je wil.

mikeplatenkamp@gmail.com

06 16448961

 

 

Trouble in paradise

Hier mijn avontuur op Kreta met Joel Grandel.

-in het echt- Muziek: Wim Epskamp. Tekst: Mike Platenkamp.

er is niemand als jij in deze stad
alleen honden, een overgeslagen café

er lijkt een leegte gevuld met waanzin
er hangen twijfelende nevels als huiden over lichamen

en ik wil maar niet dood, hoewel de liefde, al lang verhuisd, een laatste zin formuleert, fluisterende, als was ze te veel

ik ben op zoek naar je, meen ik te verstaan, of, ik heb genoeg van je, haar stem als zomerwind vult mijn gemoed met waanzin, meer waanzin, de stad neemt mij op, ik verdwaal in het echt

in alle staten ren ik de onzekerheid tegemoet, door angst bevangen, ja angst trekt gevaar aan

er is niemand als jij in deze stad
alleen honden, een overgeslagen café

er lijkt een leegte gevuld met angst voor leegte
er hangen mensen rond, bewoners van lichamen, angstige lichamen

ik wil het gevaar omarmen, ik wil het zoenen, tot het verhuist, en de liefde, een eerste zin formuleert, fluisterende, als was ze net terug

ik ben op zoek naar je, weet ik te verstaan, en, ik heb genoeg, haar stem als zomerwind vult mijn gemoed met liefde, meer liefde, de stad neemt ons op, wij verdwalen in het echt

Muziek: Wim Epskamp. Tekst: Mike Platenkamp. ©2013

Busje komt zo

Ik zit in de gezellige wachtruimte van het busstation-noord in de hoofdstad van Kreta. De taal is steeds vriendelijker tegen me, ik versta haar zelfs al een beetje als men tegen elkaar spreekt. Gonzende stemmen, krakende woorden, aarzeling, geschreeuw. De mensen kijken weg als ik ze betrap op loeren. Wat een rare man lees ik in een enkel oog. Het tikken van de komboloi’s is een ritme dat me altijd erg bevalt. Ik pak mijn eigen exemplaar uit mijn zak. Goedkeurende hoofdknikjes. Jaren geleden kocht ik deze, zwarte stenen, een bruin koord, afgezet met kleine zilveren balletjes. Je kan een beetje zien wat voor persoon je voor je hebt als je de komboloi bekijkt. Is het plastic of steen, glas of hout, oud of een touristenexemplaar. Het gaat van hand tot hand in een familie. De mooiste zijn onbetaalbaar. Tempel-amber. Ooit wil ik er zo een, maar voorlopig is deze volgens de Grieken die mijn komboloi bekijken en bevoelen, er mee spelen en de klank van de steen testen, een goede. Geen goedkoop touristending in ieder geval. Ik heb haar al tientallen keren mee terug genomen naar mijn Kriti. Mijn huis, weg van huis.

De frapeetjes, lekkere koude koffie, hoef ik niet te betalen.
Er volgt een knipoog, een veelbetekenende blik op mijn komboloi. Je bent een van ons of in ieder geval zeer welkom.

Komboloi is vrij vertaald zorgen-kralen. Als je er mee speelt maak je je hoofd leeg. Je kan er je rookbehoefte mee uitstellen. Aantonen dat alles in orde is, of juist niet.
Je maakt er een zo soepel mogelijke beweging mee en bekrachtigd er een bewering mee. Het is ook een soort verslaving. Maar geen ongezonde. Ik ben een komboloi junkie.

Om de paar jaar breng ik de komboloi naar Vodgis, een grijze straatverkoper in Paleochora, zuid Kreta. Deze maakt hem dan opnieuw, polijst de stenen en de zilveren onderdelen. Vervangt het door vuil en zweet aangevreten koordje en verteld, om zijn geheugen te testen, hoe hij mij heeft leren kennen. ‘Toen, ik ken je nog van toen. Jij kwam en kocht een houten komboloi voor je zoon. Een stenen komboloi voor je vader en je zus. En ik heb heb jouw eigen zwarte komboloi beter gemaakt. Want je had een steen te veel, weet je nog?’ Ik weet het nog. Ik koop een fles water en een zak zonnepitten voor hem. We drinken zijn Raki. Ik ben gelukkig en hij ook. Altijd als ik hem verlaat is het de vraag of ik hem nog eens terug zal zien. Hij zoent mij dan op mijn wangen. Niemand weet hoe oud hij is. Hij weet het zelf ook niet.

Ik kleef niet aan bezit, als mijn huis af zou branden zou het enige ‘ding’ dat ik er uit zou proberen te redden mijn komboloi zijn. En misschien een spreekwoordelijke pen, om de tijd mee te doden als ik op een busstation zou zitten.

Ik ben Michalis, ik ben op weg naar Matala, het beroemde hippie-dorpje, voor het festival. Men kijkt al bijna niet meer naar me hier. Ik ben goed volk, zoveel is duidelijk. Het gonzen van de taal en het tikken van de komboloi’s maakt me slaperig, ik bestel nog een frape en sta er op deze keer wel te betalen. Ik zit hier al lang maar mijn busje komt zo.

mp

20130618-121724.jpg

Zeste poly ke Rebetico ( Erg heet en traditionele muziek)

Gisteren heb ik de avond doorgebracht in een kroegje met van die echte Griekse muziek. Er was een Dimitri die de tekst van de muziek gepassioneerd vertaalde, de hele tijd, alsof zijn leven er vanaf hing. Het ritme en de klanken kan ik heel goed hebben maar tjonge jonge wat een teksten. Een stelletje onzekere mannen hoor, die het schreven. Laat je vrouw niet alleen want dan neemt iemand anders je plaats in? Wat? Ik probeerde er natuurlijk meteen achter te komen of ze daadwerkelijk zo zijn, die mannen, of ze er echt bang voor zijn. Ik stelde veel vragen vragen maar kreeg eigenlijk niet echt inzicht in dit probleem. Opmerkingen als ‘ik snij nog liever mijn tong er uit dan me kwetsbaar te tonen’ , ja hoor.. pfff.

Ineens kreeg ik een live voorbeeld voor mijn voeten: De knappe alternatieve kroegbaas was zo ongeveer mijn beste vriend, we kletsten over alles en nog wat. Toen kwam er een Albanees hoogzwanger rozenverkoopstertje langs. Ze was niet vervelend, ze vroeg heel zwakjes, duidelijk moe en zat van het gebedel of ik rozen wilde. Ik zei al meteen ja maar ik dacht: weet je wat? Ik koop ze alle 4, haar laatste rozen wisselde van eigenaar. Ik dacht dat ze dan voor vandaag wel klaar zou zijn of zo. Eerst deed ik nog alsof ik ze aan de jongens met wie ik op de Rebetico muziek stond te dansen wilde geven. Hilariteit alom. Want jongens die dansen, hand in hand, is iets heel anders dan jongens die rozen aan elkaar geven.

Ik keek rond en zag bij elkaar 3 vrouwen, ik schonk een borrel in, uit het karafje, gaf de roosjes weg en de laatste zette ik in het lege karafje.

Maar toen kwam er een grappig kraakaapje met rode dreadjes voorbij en ik aarzelde geen moment; ik gaf haar het laatste roosje, ze keek verbaast, terwijl ik zei; I’m allergic to roses. Ze glimlachte even, en legde de roos op het tafeltje waar ze aan ging zitten. Ineens kwam de leuke barman in actie. Hij pakte de roos in het voorbijgaan en gooide deze op straat, keek mij voor het laatst aan, en bromde: ‘Malaka Hollandia’.

Shit, zijn vriendinnetje. Toen hij wegliep keek hij haar ook nog eens flink boos aan. Zij keek mij verontschuldigend en zei: ‘He has got a problem with his head’. Daar bij maakte ze een cirkelend gebaar bij haar oor waarmee ze bedoelde: hij is gek.

Ik ging het goedmaken dacht ik, nadat ik het allemaal een beetje begreep, maar nee hoor. Hij wilde er niets van weten. Ik zei dat ik me helemaal niet met zijn meisje bezig hield, dat ik 4 rozen weggaf, dat ik een vrouw en kinderen heb, dat hij zo leuk was voor dit gebeurde en op drie manier in het Grieks en tien manieren in het Engels dat ik er desondanks spijt van had. ‘Malaka’, zei hij nogmaals, nu zachtjes en zijn hoofd ging heen en weer. Ah, iemand zei dat ik beter kon gaan maar dat doen Mikes niet. Desnoods wel hoor maar zeker niet zo.

Toen ik hem een tijdje genegeerd had en hij mij twee keer zo hard kwam er een liedje voorbij dat iedereen luidkeels meezong. Het ging een beetje over ‘onze’ situatie vertelde Dimitri, de tolk, en als ik ook zou dansen op deze plaat kwam het goed.

Dus ik dansen, met de jongens hand in hand. We wisselden van danspartners als er een bepaald stukje kwam. Ik had ineens de hand van de barman vast en ik keek hem aan zoals dat hoorde blijkbaar, hij keek terug, nog steeds boos, en kneep mijn hand fijn. Ik dacht WTF, en kneep terug, nog meer kracht van zijn kant werd mij gewaar. Toen dacht ik, wacht ff hee, en kneep echt op mijn hardst. Zijn greep verslapte iets en ik liet het zitten, deed net of het allemaal een grapje was maar ik was eigenlijk bloedheet van woede. Hij deed me pijn, maar ineens lachte hij en viel me om de nek. ‘Ik ben een Malaka, een jaloerse ‘, riep hij. De andere mannen riepen: ‘ Hoppa!’, en sloegen ons op de schouders terwijl de Raki rijkelijk vloeide.

Pffff, ‘zeste Poly he?’, zei hij en veegde het zweet van mijn voorhoofd met zijn mouw. Ik deed dat ook bij hem en hij sloeg zijn arm om me heen in verbroedering. Deze klus was geklaard, ik bleek niet bang, dat deed de truc.

In het hoekje stond het meisje met de dreadjes te kijken en te wachten op het moment dat ze mij ongezien een knipoog kon geven met haar duim en wijvinger in het pico-bello gebaar.

Ik deed net of ik het niet zag. Je weet immers nooit of je iemands gevoelens per ongeluk zou krenken. Hee, en zeg nou zelf: wie wil dat nou op zijn geweten hebben? Ikke niet hoor.

mp

Architectus saga

Gesprekken die uitdraaien op de conclusie dat alles Grieks is, hier begonnen of vanuit hier ontstaan, heb ik dagelijks. Ik ben het er meestal mee eens. Waarheid is raar spul. De gemiddelde Griek is anarchistischer dan de ergste kraker in nl, de conspiracy theorieën zijn orde van de dag. Heerlijk. Ik help ze te begrijpen dat Duitsers ook mensen zijn, dat Merkel geen lichtend voorbeeld voor alle Duitsers is en dat liefde het beste wapen is.

Gisteren wist ik mij omringd door studenten. Allemaal afzonderlijk gaan ze de wereld redden, kiezen ze studierichtingen op het environmental vlak, hebben ze oplossingen voor de wereldproblemen. Hoe de jeugd de toekomst heeft. Er is niets belangrijker dan hoop, ruggengraat en autonomie begreep ik al snel. De beeldschone mensjes snaterden de nacht met mij weg, naspoelen met raki aub.

Toen ik vertelde waar ik vandaan kom, waar ik heen ga en waar ik allemaal geweest was keken de jongens en meisjes mij met grote ogen aan. Ik vertel graag, u weet het, mijn luisteraars aan mijn lippen gekluisterd. Moet je komen luisteren waar mallaka Michalis (je hebt al snel een bijnaam hier) allemaal geweest is. Onze nieuwe vriend! Komt dat zien!

‘Jij predikt liefde en ontwerp ideeën over liefde, de architect van de liefde ben jij’. Het mini-Cleopatra gezicht staat ernstig. Ik knik en lach. ‘Maar waarom lach jij?’. Ik vertel haar dat humor mijn specie is en dat je daar prachtig mee kan bouwen. Ze helpt mij bouwen. We bedenken nog wat manieren om de wereld een betere plaats te maken. Ze verontschuldigt zich ineens omdat ze denkt dat ik het erg vind dat ze mij bezet houdt terwijl er toch zoveel anderen met mij willen praten. Ik vraag of zij gek is.
Ze zegt:’ ligo’, een beetje, ik zeg: ‘ke echo’, ik ook. Dan zegt ze dat ik niet bang hoef te zijn voor haar enthousiasme en dat ze alleen wil praten. Ik zeg: ‘ke echo’, ik ook.
Teleurgesteld pruilt ze of ik haar soms niet knap vind. Ik antwoord van wel en leg uit dat ze qua leeftijd meer bij mijn zoon in de buurt zit dan bij mij. Ze vraagt hoe oud ik ben en schrikt zich kapot. Ik ben ouder dan haar vader! Maar je ziet er uit als 25 zegt ze. Ik zeg dat ze een bril nodig heeft. Dan gaat ze aan haar vriendinnen vragen hoe oud ze denken dat ik ben. Niemand raadt het. De hoogste gok is 30. Ik glim er nu nog van. Ze kust me heel licht op mijn wang en zegt:’ Vaders hebben geen dreadlocks hier’, en, ‘jij bent een hele knappe vader en een architectus van de saga’. De zon komt op als ik naar mijn kamer zweef’. Ik zing zachtjes over de golfjes van Chania: ‘ I’m an architect of love, yes I am’.

En weet je; ik bén dat ook.

mp

Oud.

Als ik oud ben en verlaten hoop ik ook door bloemen te worden overgenomen. Mijn tijd vergeten in kleurenpracht. De redenen verloren in opengebarsten vergankelijkheid.
Vruchtbaar genoeg maar droog en door een ieder die mij passeert toegeknikt. Als ik oud ben en mijn laatste woorden afgebladderd zijn zal ik voor altijd ruimte hebben in jouw ogen. En bestaansrecht.

mp

20130614-152808.jpg

Raki zonder sirtaki

Dat ik wennen moet aan meer drinken dan goed voor me is moge duidelijk zijn. Die eerste prachtige zonsopgang hier is aan mij voorbij gegaan. Er bonkt een hoofd, er knort een maag, in een ritme waar ik niet van sta te dansen. Gisteren heb ik, zoals ik dat graag doe, plaats genomen op het laatste stoeltje van het haventje. Het mooiste terrasje van Chania, Kreta. De stoelen verveloos, de wind vriendelijk. Adonis de streng filosofische barman van de engelenhoek herkende me: ‘iste edoh file?’. Ja, ik ben hier weer vriend. De grote smoel die niets kwaads in de zin heeft. Men vergeet mij blijkbaar niet zo makkelijk. Blijf je lang? Ja, zo lang mogelijk.

Het verbaast me altijd, als ik weer intrek in ‘mijn home away from home’ dat ik de taal, die mooie taal, binnen een zucht weer meester ben. Niet geheel natuurlijk maar toch gaat dat register elke keer geolieder open. Er blijken steeds meer woorden van mij.

Het mooie havenstadje roept me. Avonturen schrijven zichzelf, ik weet het. Daarom ga ik nu snel de vertikale wereld verkennen.

Dag hè, Tot snel!

Reisblog? Oké!

In de trein al, overvalt me het gevoel van vrijheid enorm als ik plaats neem in het tussencompartiment, de enige plek voor zwervers. Duidelijk werkloos. Dreads als absolute handtekening onder het vermoeden.
Ik word aangestaard door mensen met schema’s in hun ogen. Ze vergelijken deze met hun polshorloge, toetsen het aan hun smartphones en proberen niet mee te bewegen met de muziek in hun oordopjes. Dat kan echt niet, das privé. Wat zou men dan denken. Ik beweeg wel. Zachtjes.
Een hobo, met geen plan anders dan dat. Op het vliegveld staat een enorme ijzeren vogel op mij te wachten. Het zuidelijkste puntje van Europa staat er op mijn ticket. Ik heb een flinke sporttas en een rugzakje, wat geld en mijn muziek bij me. In tegenstelling tot andere keren dat ik in het buitenland plaatjes ging draaien past de muziek in een lucifersdoosje. Verder ga ik schrijven, chillen, mensen opnemen en zeewater zijn, in een bedding van Griekse salade met raki-deeltjes. Zout genoeg voor mijzelf en zoet genoeg om weder te keren.

Ik hou jullie op de hoogte,
Mmmm-kee?